Producteigenschappen

In de landbouw

Plant Bio stimulants: “The physiological effects of chitosan oligomers in plants are the results of the capacity of this polycationic compound to bind a wide range of cellular components, including DNA, plasma membrane and cell wall constituents, but also to bind specific receptors in defence gene activation, in a similar way as plant defence elicitors” ( El Hadrami et al. 2010).

Effect op de planten:

ChitosanHC/Agri ,ChitosanHC/Turf en ChitosanHC/Doc zijn producten die totaal oplosbaar zijn in water en kunnen gemengd worden, onder condities, met andere producten voor besproeiing. Zij zijn stimulatoren van het afweersysteem van de planten. Zij veroorzaken een aantal reacties van de planten tegen pathogene schimmels en bacteriën die de plaats vrijlaten voor organismen die in symbiose met de planten leven. De dosering is zeer laag om deze biotoop niet drastisch te storen. De producten zijn tensio-actief en vormen een film op de bladeren en beschermt ze van de dauw, die in bepaalde omstandigheden schimmelziekten kan veroorzaken. Er is ook een betere weerstand opgebouwd tegen de abiotische stress zoals vriesweer, droogweer en een te hoog zoutgehalte in de grond.

Effect op de biotoop:

De hele biotoop in de grond wordt verbeterd en dit zorgt voor een daling van de biotische stress op de planten, met de verdwijning van de ziekten als gevolg. De producten zijn polysacchariden (suikers) en voeden ook het bio-leven in de grond ten voordeel van de planten.

Effect op de non-ferro metalen in de grond.

De non-ferro sporen die eventueel in de grond geraakt zijn via bvb chemische meststoffen, worden gecomplexeerd en mobiel, en worden door de biomassa opgenomen en afgevoerd na snoei- of maaiwerk.

Enkele eigenschappen van de ChitosanHC familie:

  • Betere gezondheid van de planten: de chitosanoplossing stimuleert de bodembiodiversiteit en draagt bij tot de bevordering van de organismen die de pathogene en vijandige organismen aanvallen, afstoten of tegenwerken.
  • Betere gezondheid van groenten en fruit: de chitosanoplossing vormt een omhulsel rond de groenten en vruchten zodat de penetratie van andere gebruikte producten en hun nadelige effecten tegengehouden wordt.
  • Hogere ratio van overleving na transplantatie: de stimulatie van de micro-organismen rond de wortels door de chitosanoplossing veroorzaakt een betere absorptie van de voedingsmiddelen en laat zo een normale ontwikkeling van de planten toe.
  • Hogere productiviteit: de chitosanoplossing stimuleert de verschijning van miccorhiziene schimmels die in symbiose met de wortels van de planten leven en, alzo, een hogere productiviteit creëert .
  • Zaden en aardapellenpoten bescherming: de chitosanoplossing vormt een omhulsel rond de zaden en poten die de kwaliteit van de scheuten stimuleert en beschermt tegen ziekten en uitdroging.
  • Bescherming tegen vorst: de film, die door de chitosanoplossing gevormd wordt, beschermt de jonge planten en de jonge vruchten tegen vorst.
  • Bescherming van de bladeren tegen uitdroging: de chitosanoplossing vormt op de bladeren een film die de uitdroging reduceert met 25%.
  • Besproeiing voor de oogst van groenten en fruit: de kwaliteit en de versheid van de producten worden verbeterd ten gevolge van verminderd vochtverlies, de bescherming van de kwaliteit in de verpakking en gedurende de stockage.

IN DE PRAKTIJK:

Een roerder gebruiken om de beste resultaten te bekomen. De flakes beetje bij beetje toevoegen bij het water in een emmer. De dosering aanpassen aan het volume van de sproeitank. Mengen en dan 15 minuten wachten voor een volledige oplossing. Gieten in de sproeitank.

  • Loofplanten en gras: 50 gr. flakes in 200/250 lit. water vermengen en met een aangepaste regeling besproeien op een hectare. In het groeiperiode, om de 15/20 dagen opnieuw uitvoeren. Bij warm en vochtig weer, dosering verdubbelen. In de winter, buiten sneeuw en vriesweer, sproeien op de bladeren om de 6/8 weken.
  • Zaden: na het uitzaaien, besproeien met een oplossing van 100 gr. flakes in 200/250 lit. water.
  • Fruit en groenten: net voor de oogst, besproeien met een oplossing van 100 gr. flakes in 200/250 lit. water.
  • Aardappelenpoten: voor de beplanting, de jonge aardappelen baden in een oplossing van 100 gr flakes in 200/250 liter water.
  • Planten beschermen tegen aaltjes: Drie sproeibeurten te voorzien. Een voor het planten of zaaien, en dan om de twee maanden. Dosering: voor een hectare 150/200 gr oplossen in 250/500 lit.water.

*Respecteer de speciale instructies.